> Belastingvoordelen voor werkgevers

Belastingvoordelen voor werkgevers

De belangrijkste regelingen van de landelijke overheid zijn:

Voor nieuwe werknemers met of zonder een uitkering:

1. Subsidieregeling Praktijkleren.

2. Tel mee met Taal

3. Mobiliteitsbonus (premiekorting).

4. Wet tegemoetkoming Loondomein (WTL).

 

1. Subsidieregeling Praktijkleren

Met de Subsidieregeling praktijkleren stimuleert het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Dankzij de regeling kunnen leerlingen, deelnemers, studenten of werknemers die een beroepsopleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt en kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel.

Voor het studiejaar 2016-2017 kunt u aanvragen vanaf 2 juni 2017.

Op 1 januari 2014 trad de regeling in werking. Ze geldt als vervanging voor de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) voor het onderwijsdeel. De afschaffing van de WVA maakt onderdeel uit van het regeerakkoord en is opgenomen in het Belastingplan 2014. De subsidieregeling is op 5 november 2013 gepubliceerd in de Staatscourant.

Doel

De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio). De subsidieregeling richt zich vooral op:

  • - kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt bij wie jeugdwerkloosheid een groot probleem is;
  • - studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel
  • - wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.

Voor wie

De regeling is bestemd voor bedrijven. In de subsidieregeling wordt onder werkgever verstaan: het bedrijf of de organisatie die de praktijkleerplaats of werkleerplaats verzorgt.

Aanvragen

De regeling is nu gesloten, aanvragen indienen voor het studiejaar 2015-2016 was mogelijk tot en met 15 september 2016 (17.00 uur). Voor het studiejaar 2016-2017 kunt u aanvragen vanaf 2 juni 2017. Een subsidieaanvraag dient u in na afloop van de begeleiding in het betreffende studiejaar. Voor de aanvraag gebruikt u gegevens die al in uw bezit zijn zoals de (praktijkleer)overeenkomst.
Meer informatie over aanvragen en over beslissing & uitbetaling van aanvragen vindt u op mijn rvo.

Budget

Tot 2019 stelt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) jaarlijks € 205 miljoen subsidie beschikbaar. De verdeling van het budget over de 4 onderwijscategorieën is als volgt:

Categorie                                              Bedrag

vmbo                                                                       € 1,4 miljoen
mbo                                                                         € 188,9 miljoen
hbo                                                                          € 8 miljoen
promovendi/toio's                                                 € 6,7 miljoen

Verdeling subsidiebedrag

Het OCW verdeelt het beschikbare subsidiebudget per onderwijscategorie evenredig over de ingediende aanvragen in die categorie. Het maximum is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De regeling werkt niet volgens het principe ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’. Wacht niet tot het laatste moment met de aanvraag, maar doe dit zo snel mogelijk na afronding van de begeleiding.

Uitvoering en controle

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voert de regeling uit en heeft als doel om de aanvraag zo eenvoudig mogelijk te maken voor de werkgever. In de controle- en handhavingsfunctie zullen wij controleren of een werkgever aan alle eisen voldoet.

Kom ik in aanmerking voor Subsidieregeling Praktijkleren?

Bedrijven, erkende leerbedrijven, waaronder opleidingsbedrijven, en instellingen die een praktijkleerplaats of een werkleerplaats aanbieden aan leerlingen, studenten of deelnemers in diverse onderwijssectoren kunnen subsidie aanvragen.
Het leerbedrijf kan in aanmerking komen voor subsidie voor het deel van de periode waarin hij begeleiding heeft verzorgd tijdens het studiejaar. Ook als een deelnemer stopt, krijgt de werkgever naar verhouding een tegemoetkoming in de kosten die hij heeft gemaakt voor de begeleiding. De werkgever hoeft geen volledig studiejaar begeleiding te geven om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Begeleiding uit voorgaande studiejaren komt niet in aanmerking voor subsidie. Een subsidieaanvraag dient u in na afloop van de begeleiding in het betreffende studiejaar. Meer informatie over aanvragen vindt u op mijn rvo.

Voorwaarden subsidie

Als u in aanmerking wilt komen voor subsidie, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze kunnen verschillen per onderwijscategorie: vmbo, mbo-bbl, hbo, promovendi en toio’s.

 Vmbo

Leerlingen die een leer-werktraject volgen in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Het geldt alleen voor het traject dat specifiek is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van een basisberoepsopleiding. Lees meer op de pagina Kom ik in aanmerking - vmbo.

 Mbo

Deelnemers aan een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo. Let op: deelnemers aan een beroepsopleidende leerweg (bol) komen niet in aanmerking voor subsidie. Dit geldt ook voor deelnemers aan de Derde Leerweg (OVO), EVC-trajecten en specifieke maatwerktrajecten (geen mbo bbl-opleidingen). Lees meer op de pagina Kom ik in aanmerking - mbo.

 Hbo

Studenten die een duale of deeltijd hbo-opleiding volgen waarbij de Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO)-code van de opleiding valt binnen de sectoren techniek of landbouw en natuurlijke omgeving. Het gaat alleen om die opleidingen waarbij een praktijkdeel een verplicht onderdeel van de opleiding is.

Let op!  

deelnemers aan een voltijdopleiding hbo vallen niet onder de subsidieregeling. Lees meer op de pagina Kom ik in aanmerking – hbo.

 Promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s)

Promovendi die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de KNAW of NWO. Over hun loonkosten moeten afspraken zijn gemaakt met een privaatrechtelijke rechtspersoon. Werknemers van een privaatrechtelijke rechtspersoon die promotieonderzoek doen of een opleiding volgen tot technologisch ontwerper. Deze werknemers doen promotieonderzoek of volgen de opleiding op basis van een overeenkomst. Deze overeenkomst is gesloten tussen die organisatie en een universiteit, die de werknemer begeleidt.

Als technologisch ontwerpers in opleiding (toio) bij het 2e deel van hun reguliere opleiding hun ontwerpopdracht bij een privaatrechtelijke rechtspersoon uitvoeren, kan de begeleidende partij ook subsidie ontvangen. Let op: deelnemers aan universitaire voltijdopleidingen vallen niet onder de subsidieregeling. Lees meer op de pagina Kom ik in aanmerking - promovendi en toio’s.

Buitenlandse opleiding

Bent u een Nederlandse werkgever en biedt u een praktijkleerplaats of werkleerplaats aan aan deelnemers of studenten die een buitenlandse opleiding volgen voor mbo (bbl) of hbo (duaal/deeltijd in sectoren techniek of landbouw en natuurlijke omgeving)? Dan kunt u bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een verklaring aanvragen. Deze verklaring geeft aan dat de buitenlandse opleiding vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding. U heeft deze verklaring nodig op het moment dat u de subsidieaanvraag doet.
Diplomagerichte beroepsopleiding
In het mbo en hbo komen alleen opleidingen in aanmerking voor subsidie die zich richten op een volledig diploma. Voor mbo horen deze opleidingen opgenomen te zijn in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Voor hbo horen deze opleidingen opgenomen te zijn in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). Beheerder is DUO van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Ook opleidingen van niet-bekostigde erkende onderwijsinstellingen kunnen in aanmerking komen voor subsidie voor zover zij een erkenning hebben voor het verzorgen van de betreffende opleiding (Crebo en/of CROHO).

2. Tel mee voor Taal

Via de subsidieregeling Tel mee met Taal kunnen werkgevers subsidie aanvragen voor taalscholing van hun medewerkers. Betere taalvaardigheid betekent: minder ongelukken, meer tevredenheid bij werknemers en een hogere productiviteit. De subsidies zijn bedoeld voor korte, praktische trajecten die direct op de werkvloer te gebruiken zijn.

De regeling heeft een looptijd van 2 jaar met 2 aanvraagperioden:

  • - 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017;
  • - 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018.

Voor 2017 is het beschikbare budget € 2,6 miljoen, voor 2018 € 2,1 miljoen. Per aanvraag kan tot maximaal € 50.000,- subsidie worden aangevraagd, waarbij de subsidie maximaal twee derde van de subsidiabele kosten bedraagt.
De subsidieregeling kan via een digitaal formulier worden aangevraagd via https://telmeemettaal.e-formulier.nl/werkgevers/. De uitvoering van de regeling is door het ministerie van OCW neergelegd bij Dus-i.

Naast werkgevers kunnen ook regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, bibliotheken, onderwijspartijen en maatschappelijke organisaties profiteren van de subsidies. Via de regeling Tel mee met Taal kunnen zij een financiële bijdrage aanvragen voor de uitvoering van projecten als onderdeel van hun gezamenlijke aanpak van laaggeletterdheid en leesbevordering. De subsidie is bedoeld voor trajecten die niet onder de WEB of Inburgering vallen.

3. Mobiliteitsbonus (premiekorting)

De mobiliteitsbonus is een instrument om werkgevers over de streep te trekken om iemand uit de doelgroep in dienst te nemen. De mobiliteitsbonus heeft de vorm van een premiekorting op de premies werknemersverzekeringen die door de werkgever zelf kan worden geclaimd via de aangifte loonheffing. De mobiliteitsbonus wordt ook wel premiekorting genoemd.

Er zijn vier verschillende vormen van premiekortingen
a. Premiekorting jongere werknemers.
b. Premiekorting in dienst nemen oudere werknemers.
c. Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers.
d. Premiekorting doelgroep banenafspraak.

a. Premiekorting jongere werknemers

De premiekorting jongere werknemers is voor werkgevers die in 2014/2015 een werknemer met een WW of een bijstandsuitkering tussen de 18 en 27 jaar in dienst hebben genomen. Dit was geldig tot 31 december 2015.

b. Premiekorting in dienst nemen oudere werknemers

Neemt u een werknemer in dienst die 56 jaar of ouder is en die direct voor indiensttreding een uitkering kreeg? Dan hebt u bij een dienstverband van ten minste 36 uur per week recht op een premiekorting van € 7.000,- per jaar. Bij een dienstverband van minder dan 36 uur per week wordt de korting evenredig minder.
U kunt deze korting toepassen zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal 3 jaar.
De premiekorting mag op het totaal aan af te dragen werknemerspremies in mindering worden gebracht.
Voor deze premiekorting in dienst nemen oudere werknemers maakt het niet uit of er een tijdelijk of een vast contract is. En ook de omvang van de uitkering die de werknemer had voordat hij bij u in dienst kwam, is niet van belang: het mag ook een gedeeltelijke uitkering zijn.

Wilt u de premiekorting in dienst nemen oudere werknemers toepassen, dan moet u wel kunnen bewijzen dat de werknemer voor indiensttreding een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering, nabestaandenuitkering, inkomensondersteuning of bijstandsuitkering kreeg. Uw werknemer, of u wanneer u gemachtigd bent door uw werknemer, kan een zogenaamde doelgroepenverklaring bij zijn uitkerende instantie aanvragen waarin staat dat hij recht had op een uitkering voor hij bij u in dienst trad. Bewaar deze verklaring bij uw loonadministratie.

De doelgroepenverklaring is aan te vragen via de onderstaande link:
Downloaden doelgroepenverklaring

Als uw werknemer recht had op een uitkering van een gemeente, kunt u het best contact opnemen met die gemeente.

Meer informatie over deze regelingen vindt u bij de Belastingdienst. Tel. 0800 – 0443 of via de website www.belastingdienst.nl

c. Premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers

U kunt de mobiliteitsbonus arbeidsgehandicapte werknemers toepassen als u een werknemer in dienst neemt en er direct voorafgaand aan de dienstbetrekking sprake is van één van de volgende situaties:
1. De werknemer heeft recht op een WIA-uitkering.
2. Het UWV heeft in een arbeidskundig onderzoek bij de werknemer de volgende feiten vastgesteld:

  • - De werknemer was op de 1e dag na afloop van de wachttijd van de WIA voor minder dan 35% arbeidsongeschikt, waardoor hij niet in aanmerking kwam voor een WIA uitkering.
  • - De werknemer was 13 weken voor het einde van de wachttijd nog in dienst bij dezelfde werkgever(s) die hij had toen hij ziek werd.
  • - De werknemer was op de 1e dag na afloop van de wachttijd van de WIA niet in staat eigen of passend werk te doen bij de werkgever bij wie hij zich ziek gemeld had.
  • - De werknemer gaat bij u in dienstbetrekking werken binnen 5 jaar na de dag waarop de wachttijd is geëindigd.

3. De werknemer was vóór 29 december 2005 arbeidsgehandicapte op grond van de Wet Rea.
De premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers bedraagt maximaal € 7.000,- per jaar bij een werkweek van tenminste 36 uur.

d. Premiekorting doelgroep banenafspraak

Per 1 januari 2016 zijn de instrumenten uit de Participatiewet geharmoniseerd. Dat betekent meer doelgroepen die hiervoor in aanmerking komen, maar minder mobiliteitsbonus per werknemer.

In het doelgroepenregister staan gegevens van personen die onder de banenafspraak vallen. Het UWV beheert dit register.

De doelgroepen die onder de banenafspraak vallen zijn:

  • - Mensen in de Wajong die kunnen werken.
  • - Mensen met een WSW indicatie.
  • - Mensen met een WIW baan.
  • - Mensen met een ID baan.
  • - Mensen die onder de Participatiewet vallen en geen wettelijk minimuum loon kunnen verdienen.

Voor nieuwe werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen geldt vanaf 1 januari 2016 een mobiliteitsbonus van max. € 2.000,- per jaar met een maximale duur van drie jaar.

De mobiliteitsbonus mag per 1 – 1- 2016 voor nieuwe werknemers ook worden gecombineerd met de loonkostensubsidie van de gemeente.

4.Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL)

De huidige premiekortingen die het voor werkgevers financieel aantrekkelijk maken om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen blijken niet in alle gevallen toereikend. De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) moet daar verandering in brengen.
De Wet tegemoetkomingen loondomein bestaat uit twee onderdelen:
a. Lage-inkomensvoordeel (LIV).
b. Loonkostenvoordeel (LKV).

a. Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl). Het doel is om de arbeidsparticipatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.
Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers met een laag loon.
Het LIV geldt met ingang van 1 januari 2017.

Wanneer hebt u recht op het lage-inkomensvoordeel?

U hebt recht op dit voordeel voor elke werknemer die voldoet aan deze 3 voorwaarden:

  •  De werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder (de werknemer mag jonger zijn dan 23 jaar).
  •  De werknemer heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar.
  •  De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
Het lage-inkomensvoordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar

Hoeveel uw voordeel precies is, hangt af van het aantal verloonde uren van de werknemer. En van zijn gemiddelde uurloon (jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren).

Gemiddeld uurloon over 2017       LIV per werknemer per verloond uur        Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 40-urige werkweek)

€ 9,54 tot maximaal € 10,49                     € 1,01                                                                          € 2.000

 € 10,50 tot maximaal € 11,92                 € 0,51                                                                           € 1.000
 

Let op!

De bedragen van het gemiddelde uurloon over 2017 zijn voorlopige bedragen. De definitieve bedragen worden pas in mei 2017 bekend.

Wat u moet doen om het lage-inkomensvoordeel te krijgen?

Niets extra's. Gewoon goed aangifte loonheffingen doen over 2017.
UWV beoordeelt op basis van uw aangiften voor welke werknemers u recht hebt op het lage-inkomensvoordeel. Vul dus ook het aantal verloonde uren goed in.
Want kloppen de gegevens in uw aangifte niet? Dan loopt u het lage-inkomensvoordeel misschien helemaal of voor een deel mis.

De belastingdienst betaalt het lage-inkomensvoordeel over 2017 in 2018 automatisch aan u uit.
Als uit uw aangiften loonheffingen over 2017 blijkt dat u er recht op hebt.
Eerder kan niet. Want de belastingdienst weet pas in 2018 hoeveel verloonde uren een werknemer in 2017 had. En wat zijn gemiddelde uurloon was.

b. Loonkostenvoordeel (LKV)

Het loonkostenvoordeel is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers op grond van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl). Het doel is om de huidige premiekortingen voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking om te vormen tot loonkostenvoordelen (LKV’s).
De uitzondering is de premiekortingen jongeren. De premiekorting jongeren blijft ongewijzigd omdat het om een tijdelijke regeling gaat.
Dit nieuwe systeem wordt per 1 januari 2018 van kracht.

De LKV geldt straks bij het in dienst nemen van drie verschillende groepen uitkeringsgerechtigde werknemers:
a. oudere werknemers (vanaf 56 jaar); maximum € 6.000,-.
b. arbeidsgehandicapte werknemers; ); maximum € 6.000,-.
c. werknemer die onder de doelgroep banenafspraak vallen; maximum € 2.000,-.

Een doelgroep verklaring is een vereiste. Die geeft aan dat iemand tot de doelgroep van kwetsbare personen op de arbeidsmarkt behoort en tot de doelgroep behoort. De huidige premiekortingsregelingen kennen al wel doelgroep verklaringen voor de premiekortingen oudere uitkeringsgerechtigde kandidaten maar nog niet voor de premiekorting arbeidsgehandicapte.

Het LKV wordt aangevraagd in de loonaangifte, nadat de werknemer een doelgroep verklaring heeft aangevraagd bij UWV of gemeente en de doelgroep verklaring vervolgens is opgenomen in de administratie.

Regelhulp premiekortingen en LIV:

Om vast te stellen of u als werkgever recht heeft op een premiekorting kan gebruik gemaakt worden van de zogenaamde regelhulp.
Door het invullen van maximaal acht vragen komt u te weten:

  • - Of u recht heeft op een premiekorting
  • - De hoogte van de premiekorting
  • - De duur van de premiekorting
  • - Hoe u de premiekorting moet toepassen.

De regelhulp is beschikbaar via de onderstaande link:
www.regelhulpenvoorbedrijven.nl/premiekortingen